Het gebeurde aan de singel van Utrecht

Arnout wrijft in zijn ogen. Hij moet in slaap gevallen zijn toen hij even wilde rusten, met z’n rug tegen de stadsmuur. Hij heeft de afgelopen tijd zo hard gewerkt in de werkplaats van zijn vader, maar was nu gevlucht.

Hij kijkt achter zich en ziet een hekwerk in plaats van een stadsmuur. Hij springt op. Wat is er gebeurd tijdens zijn dutje? En wat zijn dat voor koetsen zonder paarden? En wat een lawaai maken ze! Waar is hij beland?

Ondertussen vlakbij…

Selah maakt een ommetje over de singel. Het doet haar altijd goed om even weg te zijn uit de studieboeken. Binnen een paar stappen ben je gevlucht van de drukte en loop je door het groen. En je ziet de geschiedenis van de stad overal terugkomen. Het is trouwens ook erg leuk om te kijken naar wie hier allemaal rondlopen, al die verschillende mensen. Zoals die jongen daar, in die vreemde kleren. Wat is hij aan het doen? Hij lijkt een beetje in paniek. Misschien maar beter uit de buurt blijven? Alhoewel, hij ziet er niet agressief uit…

‘Gaat alles OK met je?’ vraagt ze.

‘Waar ben ik? Waar zijn de stadsmuren?’

‘De stadsmuren? Die zijn er al lang niet meer. Althans, het meeste is weg. Waar kom je vandaan?’

‘Ik kom uit Utrecht, ik ben houtbewerker, we werken in opdracht van de keizer. Hoe lang heb ik geslapen?’

‘In opdracht van de keizer? Welke keizer? Napoleon was volgens mij de laatste keizer hier, en dat was in het begin van de 19e eeuw.’

‘19e eeuw? Je bedoelt dat het niet het jaar 1554 is?’

‘Het is 2021…’